Menu
Gone fishing

Semigreren is hot.
Het wordt het nieuwe emigreren.
Ik zweer het je.

 

Semigreren???

Yep.
Het is de hippe variant van wat de pensionado’s al jaren doen.

Je woont niet langer in één land.
Minstens in twee. Soms zelfs in drie.

Esther Jacobs pendelt zelfs heen en weer tussen vier landen.
Ze vertelt erover in het AD.
 

Niet iedereen is geschikt voor het semigreren

Je moet het fysiek aankunnen.
Vliegtuig in, vliegtuig uit. Koffer in, koffer uit.

Je moet goed kunnen schakelen.
“Volgende week eten? Even kijken wààr ik dan ben.”

Je moet creatief zijn.
De Belastingdienst weet er nog geen raad mee.

Maar als je dat allemaal in huis hebt, ben je klaar voor het nieuwe wereldburgerschap.

Hans Dikken

Hans den Dikken is ook semigrant (al weet hij dit zelf nog niet zo lang).
Hij schreef een prachtige column over zijn ervaringen:
 

‘Semigreren’ als organisch proces

Vijf jaar woonde ik permanent in Noorwegen.
Een deel ervan met mijn gezin.
Maar na verloop van tijd brak ons huwelijk.

De jaren erna huurde ik een huis in een klein dorp aan het fjord.
Tijdens die jaren kwam ik al regelmatig in Nederland.
Meestal voor werkopdrachten.
In 2009 hakte ik een knoop door en remigreerde ik definitief.

Nou ja, remigreren is een groot woord, want ik bleef heen en weer pendelen.
Steeds vaker en vaker.

Nu woon ik min of meer in twee landen.
In het centrum van Amsterdam en een week per maand tussen de Romsdaler Alpen, waar mijn kinderen wonen.
 

Van het woord ‘semigrant’ had ik nog nooit gehoord.

Op de emigratiebeurs 2014 woonde ik de boekpresentatie bij van ‘Wat een emigratie doet met je relatie’. Daar kwam ik verschillende ‘semigranten’ tegen en wees emigratiepsycholoog Saskia Zimmermann me op het begrip.

Ik herkende me er wel in.

Het zijn mensen die zijn geëmigreerd en half zijn teruggekomen.

Of mensen die emigreren, maar ook nog hun bezigheden of passies in Nederland hebben, waardoor het semigreren een organische weg in slaat.
 

Een kwestie van zen, zijn én dynamiek

‘Wat vermoeiend allemaal, zo’n gesplitst leven,’ hoor ik mensen soms zeggen.

Nou dat valt wel mee.
Ik krijg er energie van.

Naar mate ik meer tussen beide landen ging pendelen, sprak ik wél met mezelf af, dat het niet meer mag uitmaken waar ik ben.

Alles is goed.
En alles voelt goed.

Of ik nu in de trein, een vliegtuig, een Noorse hut of in mijn Amsterdamse woongroep zit. Het is allemaal goed.

Zen & Zijn met een vleugje dynamiek.
 

Ik geef toe, ik heb een dubbele persoonlijkheid.

Enerzijds ben ik een natuurmens die graag vaak en helemaal alleen in de bergen banjert.

Aan de andere kant laaf ik me in Amsterdam aan het rijke sociaal-culturele aanbod.
Met mijn vrienden op zoek naar de plekken waar het gebeurt. Vage exposities op verlaten industrieterreinen, filosofische debatavonden over Geld of De Vreemde Ander. Of dansen aan het IJ, omdat het spontaan ontstaat. Wat Amsterdam uitademt, adem ik weer gretig in.

Maar ook is er die hang naar niks.
Naar bomen, sneeuw en het idee dat er misschien wel een eland achter de volgende steen staat. Nou ja, noem dat maar niks. Want ook dát is wat ik nodig heb.

Het compenseert de waan van de dag, want die is er ook. Met deadlines, verkeersdrukte en een constante stroom aan impulsen.
 

Ja, het is óók de dynamiek die me aanspreekt aan het semigrantenleven.

On the move zijn, mensen ontmoeten, landschappen voorbij zien suizen.
Leven! Het maakt je rijker.
En het stelt je in staat om zaken vanuit verschillende perspectieven te bekijken.

Ondertussen volg ik in Noorwegen de ontwikkelingen van mijn kinderen op de voet.

Ik hoor hoe de baard in de keel van mijn zoon maandelijks verder groeit.

Voorzichtig probeer ik het hoofd van mijn dochter uit haar i-pad te trekken om het kennis te laten maken met de wereld daarbuiten. De echte wereld. Waar nodig stel ik een vraag als: Is dat zo? Van wie moet je dit eigenlijk? Of waarom vind je het zo moeilijk om een ei bij de buren te lenen?
 

Mijn semigrantenleven is geen resultaat van één stap.

Het is het gevolg van een langdurig proces, waarbij ik lange tijd op zoek ben geweest naar de juiste balans.

Dat wil zeggen; een situatie die voor mij werkt, maar ook voor mijn kinderen en mijn ex.

Het moet haalbaar zijn.
Praktisch, financieel en qua energie.
Inmiddels denk ik dat die balans wel staat.

Als ik een drijfveer zou moeten noemen die onder de lange reeks van kleine stappen heeft gelegen, dan is het misschien wel geluk. Een vraag die ik me namelijk altijd stel is: Word ik hier gelukkig van, of niet? En zo, stapje voor stapje, ben ik dus een echte semigrant geworden.

Een gelukkige semigrant.


Meer over Hans den Dikken:

Hans Dikken

AUTHOR: Saskia Zimmermann